Uitleg

In het Engels gebruiken we 'a', 'an' en 'the' om te verwijzen naar zelfstandige naamwoorden (nouns). 'A' en 'an' zijn onbepaalde artikelen en worden gebruikt voor enkelvoudige, telbare zelfstandige naamwoorden waar we voor het eerst over praten of die algemeen bekend zijn. 'An' gebruik je voor woorden die beginnen met een klinkerklank, 'a' voor woorden die beginnen met een medeklinkerklank. 'The' is het bepaalde artikel en gebruik je als we het over iets specifieks hebben, iets dat al eerder genoemd is, of iets dat uniek is.

Voorbeelden

RegelVoorbeeld
Gebruik 'a' voor enkelvoudige, telbare zelfstandige naamwoorden die beginnen met een medeklinkerklank.I saw a cat.
Gebruik 'an' voor enkelvoudige, telbare zelfstandige naamwoorden die beginnen met een klinkerklank.She ate an apple.
Gebruik 'the' voor specifieke of reeds genoemde zelfstandige naamwoorden.The cat is sleeping. (We weten over welke kat het gaat)
Gebruik 'the' voor unieke zelfstandige naamwoorden.The sun is bright.
Gebruik 'a' of 'an' bij de eerste vermelding van iets algemeens.I need a pen. (Elke pen is goed)
Gebruik 'the' bij de tweede of volgende vermelding van hetzelfde ding.I need a pen. Can you give me the pen?